Bij de aankoop van een woning kan het verschil tussen het reguliere tarief en het verlaagde tarief overdrachtsbelasting aanzienlijk zijn. In 2026 bedraagt voor woningen het hoge tarief 8% en het verlaagde tarief 2%. De wetgever heeft daarbij ruimte gelaten voor situaties waarin een woning uiteindelijk niet als hoofdverblijf wordt gebruikt door onvoorziene omstandigheden. Maar wanneer is daar nu écht sprake van? Twee recente gerechtelijke uitspraken laten zien dat de uitkomst sterk afhangt van de feiten.